Corona: zoveel mensen, zoveel verschillende reacties

Niemand kan er aan ontsnappen, het covid-19 virus (corona in de volksmond) heeft ons stevig in zijn greep. We moeten in ons kot blijven, geduldig en mét afstand aanschuiven in een lange rij voor de winkel, onze handen wassen, vanop afstand een praatje maken met de buren, naar opa of oma wuiven aan het raam van het woonzorgcentrum. Maar we reageren niet allemaal op dezelfde wijze op deze ongewone toestanden.

Eerst en vooral zijn er de mensen die schrik hebben. Schrik van besmet te worden, schrik om zonder wc papier of deegwaren te raken, schrik om iemand in onze eigen kring te verliezen aan het meedogenloze beestje dat covid-19 heet. Schrik dat de vakantie aan zee in het water zal vallen, schrik dat het morgen nog slechter zal zijn dan vandaag.

Dan zijn er diegenen die lijdzaam ondergaan. Vele senioren in woonzorgcentra zitten geïsoleerd op de kamer. Als ze geluk hebben en op het gelijkvloers wonen kunnen ze nog eens een glimp van een bekende opvangen. De kleinkindjes komen buiten staan met opschriften en spandoeken: ‘Gelukkige verjaardag mémé’. Maar niet iedereen zit in een woonzorgccentrum. Er zijn de vele alleenstaanden die, wat verloren, in ‘hun kot’ het einde van de pandemie afwachten. Ze kijken TV, leggen een kaartje, drinken een potje koffie en vervelen zich te pletter.

Dan zijn er de ontkenners: ‘Covid-19 is iets voor oude besjes, het kan mij niet raken’. Zij spreken af met vrienden in het park of het bos, ze maken niet-essentiële ritjes met de wagen en rijden wat harder omdat er nu toch weinig verkeer is. Ze vinden dat ‘het allemaal overdreven is’ en verkopen de meest absurde complottheorieën. De barbecue met vrienden is hun meer waard dan hun gezondheid.

Dan zijn er de gefrustreerden. Ze houden zich wel aan de voorschriften maar ze hamsteren. Ze dragen zelfs mondmaskers en handschoenen maar foeteren op alles en iedereen. Ze klagen in de rijen met wachtenden aan de warenhuizen en winkels, ze laten hun latex handschoenen achter in de winkelkarretjes of gooien ze op de grond. De anderen kunnen hun gestolen worden. Met hun laptop of i-phone spuien ze giftige meningen en zoeken ze zondebokken.

Dan heb je de plantrekkers. Ze geven les aan hun kinderen, schilderen het tuinhuis, koken exotisch, starten een nieuwe hobby (tekenen en schilderen, gitaar of piano spelen, …), maken elke dag een wandel- of fietstocht (mét respect voor de beperkende maatregelen). Ze werken thuis hun taken af die ze anders op kantoor moesten verrichten. Ze maken tijd voor een aperitiefje en drinken een glaasje bubbels of wijn bij de zoveelste aflevering van Corona 2020.

Dan zijn er zij die zich inzetten voor anderen. Ze naaien mondmaskers, doen boodschappen, zorgen voor een bloemetje, zorgen dat anderen niets te kort komen. Zij passen het woord ‘solidariteit’ toe in de praktijk. Zonder eigen belang en zonder capsones.

Tenslotte heb je de mensen die je het meest moet bewonderen: dokters, verplegend personeel, thuisverplegers, vrachtwagenbestuurders, winkelbedienden, politiemensen, brandweerlui … en we zijn zeker nog een paar categorieën vergeten. Zij werken zich uit de naad om levens te redden, mensen bij te staan, te zorgen dat de allerbelangrijkste bevoorrading van voeding en essentiële producten (ja, ook wc-papier) tijdig in de winkelrekken liggen. Zij verdienen de witte vlaggen, het gelui van klokken en het applaus van de gewone burger.

Nieuwsbrief Royaal Lokaal

Royaal Lokaal

Je zou ook interesse kunnen hebben in...