ASSE - Waar gaat de gemeente Asse geld aan uitgeven de komende 5 jaar? Welke investeringen staan er gepland en welke grote kosten zijn er? VRT NWS bekeek de meerjarenplannen.Dit is hoe de inwoners van Asse dat gaan voelen.
Veiligheid, kinderopvang, fietspaden of het recyclagepark. Jouw lokaal bestuur geeft geld aan heel veel verschillende zaken. In de Vlaamse gemeenten en steden gaat dat de komende 5 jaar gemiddeld over 2.443 euro per inwoner per jaar. Dat is ruim een kwart meer dan de vorige bestuursperiode, toen was het 1.929 euro per inwoner per jaar.
En die stijging komt er niet alleen door de inflatie, omdat het leven duurder wordt. Daarbovenop gaan steden en gemeenten dus ook meer investeren.
Wat kosten de plannen de inwoners en bedrijven van Asse?
Steden en gemeenten mogen niet meer geld uitgeven dan ze binnenkrijgen. De begroting moet in evenwicht zijn. Voor hun inkomsten kijken lokale besturen voor een groot deel naar hun inwoners en naar de bedrijven die er gevestigd zijn.
Een deel van de belastingen die elke burger of bedrijf jaarlijks betaalt, vloeit door naar het lokaal bestuur. Dat is ook zo bij een deel van de onroerende voorheffing, de Vlaamse belasting op bezit van huizen of gronden. Elke stad of gemeente hanteert daarvoor een eigen tarief via de opcentiemen.
Steden en gemeenten innen ook geld via boetes of retributies. Denk aan de tarieven om een rijbewijs of reispaspoort aan te maken, een akte op te vragen en ga zo maar door.
Eind 2024, aan het eind van de vorige legislatuur, betaalden de burgers en bedrijven in Asse 1.041 euro per inwoner. Maar over 5 jaar wil de gemeente dat bedrag optrekken naar 1.171 euro per inwoner. Dat is een stijging van 12 procent.
Ter vergelijking: het Vlaamse gemiddelde lag op 912 euro per inwoner en stijgt richting 1.098 euro per inwoner. Gemeenten rekenen dus op een vijfde meer inkomsten, zo blijkt uit de schattingen in alle meerjarenplannen.
Let wel: in steden en gemeenten met grote bedrijven kan het cijfer hoger liggen, omdat die bedrijven dan veel bijdragen, zeker als er in verhouding weinig inwoners zijn.
Dat alles leidt tot een opvallende conclusie. Alle lokale besturen in Vlaanderen samen willen de komende jaren meer geld halen bij hun inwoners en bedrijven. In 2024 kwam 40 procent van de inkomsten van burgers en bedrijven, tegen 2031 zou dat al stijgen naar bijna 45 procent.
Wanneer uitgaven sterker stijgen dan de middelen, ontstaat er een financieel gatNathalie Debast, VVSG
Het kan moeilijk anders, benadrukt de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.
“Hogere belastingen of tarieven zijn altijd het laatste redmiddel voor lokale besturen. Maar ze doen dat niet zomaar, zegt Nathalie Debast van de VVSG.
“Als de uitgaven sneller stijgen dan de inkomsten, ontstaat er een financieel gat. Sommige gemeenten kiezen dan voor een beperkte verhoging van tarieven, belastingen of retributies.”
Waar geeft Asse geld aan uit?
Al die inkomsten dienen natuurlijk om de gemeente en haar diensten draaiende te houden.
Deze bestuursperiode plant Asse om het meeste geld uit te geven aan algemeen bestuur, namelijk 622 euro per inwoner. In vergelijking met de vorige bestuursperiode is de sterkste stijging merkbaar in het budget voor algemeen bestuur.
Waar er de vorige bestuursperiode gemiddeld 402 euro per inwoner werd gespendeerd, denkt het huidig bestuur dat dat de komende jaren gemiddeld 622 euro per inwoner zal zijn. Het budget daalt het sterkst voor leren en onderwijs: van 525 naar 373 euro per inwoner. Ter vergelijking: het is in heel Vlaanderen zo dat er de komende jaren het meeste geld gaat naar zorg en opvang, en dat is ook niet nieuw. Gemiddeld gaat het om 417 euro per inwoner. Wat wel opvalt: lokale besturen maken meer geld vrij voor veiligheid en ondernemen.
Waar men de vorige legislatuur voor 23 euro per inwoner spendeerde aan ondernemen en werk, denkt men dat dat de komende legislatuur 36 euro per inwoner zal zijn.
“Ondernemen en werk bevat onder meer toerisme, activiteiten rond winkels en middenstand. Maar het gaat ook om activering om mensen opnieuw aan het werk te krijgen”, zegt Nathalie Debast van VVSG.
De stijging van het budget voor dat domein heeft wellicht dus te maken met hogere budgetten voor activering, nu de werkloosheidsuitkering beperkt wordt in de tijd. Wat de veiligheidsuitgaven betreft, wordt dat volgens de vereniging dan weer vooral bepaald door dotaties aan de politiezone, en aan de hulpverleningszone.
Dat laatste is geen toeval. Gemeenten maken wellicht meer geld vrij voor activering omdat de regering De Wever de werkloosheidsuitkering heeft beperkt in de tijd. Mensen die op die manier hun uitkering verliezen, zullen vanaf nu bij het lokale OCMW aankloppen voor hulp.
Het budget stijgt dan weer het minst voor cultuur en vrije tijd, en ook voor zorg en opvang.
Stijgende personeelskosten en meer sociale bijstand
Voor veel burgemeesters zijn de stijgende personeelskosten voor het gemeentebestuur de grootste uitdaging voor de komende jaren.
Asse gaf in 2024 per inwoner 911 euro aan die personeelskosten. In 2031 zou dat 1.061 euro per inwoner zijn. Dat is een stijging van 16 procent.
Voor heel Vlaanderen wordt een forse stijging verwacht van zo’n 24 procent van de personeelskosten.
Ook moet er veel geld gaan naar sociale bijstand. Die kosten lopen op, nu de werkloosheidsuitkeringen beperkt worden in de tijd.
In Aalst bedroeg de totale kost voor sociale bijstand in 2024 233 euro per inwoner. In 2031 gaat het om 258 euro per inwoner. Dat is een stijging van 10,77 procent.
Als we kijken naar de mediaan voor heel Vlaanderen stijgen de kosten met 27,4 procent.
We weten niet wie bij het OCMW terechtkomt en een leefloon zal krijgenNathalie Debast, VVSG
Voor de cijfers rond sociale bijstand en activering is het wel vaak blind varen, benadrukt de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.
“We weten vandaag niet hoeveel van de mensen die hun werkloosheidsuitkering verliezen bij het OCMW zullen aankloppen”, zegt Nathalie Debast van VVSG. “We weten ook niet hoeveel van hen een leefloon zullen krijgen en hoe lang ze dat leefloon zullen krijgen in afwachting van andere inkomsten zoals werk, een ziekte-uitkering of een pensioen.”
Het blijft dus afwachten wat de werkelijke uitgaven uiteindelijk zullen zijn.
Onder de tussentitel ‘Wat kosten de plannen de inwoners en de bedrijven van …?’ stonden in een eerdere versie enkele foutieve cijfers. De conclusies bleven ongewijzigd. De fout is intussen rechtgezet.
Alle cijfers in dit artikel komen uit de meerjarenplannen van de Vlaamse steden en gemeenten. Ze zijn vrij toegankelijk via een tool van het Agentschap Binnenlands Bestuur .
We willen benadrukken dat cijfers van de vorige bestuursperiode over werkelijk besteed geld gaan, terwijl de meerjarenplannen voor de huidige bestuursperiode alleen voorspellingen en schattingen zijn. Die laatste cijfers kunnen in de realiteit dus nog wijzigen.
Voor de cijfers uit Vlaanderen werd telkens de mediaan genomen, en niet het gemiddelde, om uitzonderlijke uitschieters vanuit de steden minder te laten doorwegen. De mediaan betekent dat de helft van de gemeenten erboven zit en de helft eronder.
Om de stijging van een budget tussen afzonderlijke jaren of bestuursperiodes goed te interpreteren, moet benadrukt worden dat hier geen rekening werd gehouden met de inflatie, met het gegeven dus dat geld in de loop van jaren ook altijd een stukje van zijn waarde verliest. Met hetzelfde budget kan je na verloop van tijd minder kopen. Het is daarom logisch dat budgetten in de loop der jaren wat moeten groeien.
Voor de kustgemeenten moeten de cijfers per inwoner met een extra korrel zout genomen te worden. Gezien de vele (tweede)verblijvers op die plekken die geen officiële inwoner zijn, hebben de kustgemeenten traditiegetrouw grotere uitgaven per inwoner dan andere besturen.BRON: VRTNWS






